⭐ 4,8/5 op basis van 1.200+ reviews

Hoe maak je een corridor in Civil 3D?

DKDaan Kessels· CAD- & BIM-specialistLaatst bijgewerkt: 12 juli 2026· 9 min leestijd
Kort antwoord

Een corridor in Civil 3D maken doe je met vier onderdelen: een alignment, een profile, een assembly en een maaiveldoppervlak. Via Home, Create Design, Corridor koppel je die in het venster Create Corridor, stel je de target surface en frequentie in en bouw je het 3D-wegmodel. Daarna maak je een corridor surface voor volumes.

Civil 3D corridor maken: uitleg en handleiding van Liceon

Een corridor is een 3D-model dat een dwarsprofiel langs een alignment uitstrekt.

In Civil 3D is een corridor een driedimensionaal model van een weg, spoor, sloot of dijk. Civil 3D bouwt het door een assembly, het dwarsprofiel met rijstroken, bermen en taluds, met een vaste frequentie langs een alignment (horizontaal trace) en een profile (verticaal verloop) te herhalen. Zo ontstaat een geometrisch model dat je koppelt aan het maaiveld voor grondberekeningen.

Een corridor bestaat uit vier bouwstenen die je vooraf klaar moet hebben: een alignment als horizontaal trace, een profile als hoogteverloop, een assembly als dwarsdoorsnede en meestal een surface als bestaand maaiveld voor de taluds. Zonder deze onderdelen kan Civil 3D geen corridor opbouwen.

Ingenieur bekijkt een wegontwerp met hoogtelijnen op een beeldscherm
Een corridor herhaalt het dwarsprofiel langs de as en koppelt het aan het maaiveld.

Zorg dat alignment, profile en een maaiveldoppervlak klaarstaan voor je begint.

Voordat je een corridor maakt, controleer je of deze onderdelen in de tekening zitten:

  • Alignment: de horizontale as van de weg, gemaakt via Home tab, Create Design paneel, Alignment.
  • Profile: het verticale ontwerpverloop (de rode lijn) in een profielaanzicht, meestal als proposed profile over het bestaande maaiveld.
  • Surface: het bestaande maaiveld (existing ground) waar de taluds naartoe rekenen.
  • Assembly: het dwarsprofiel met subassemblies.

Ontbreekt een profile, dan kan een corridor toch worden gemaakt op basis van alleen de alignment, maar dan mist het model zijn hoogteverloop. Voor een bruikbaar wegontwerp heb je zowel het horizontale als het verticale trace nodig.

Controleer ook of het maaiveldoppervlak volledig is en het hele traject bedekt. Rekent een talud naar een gebied waar geen maaiveld ligt, dan stopt de daylight-berekening of ontstaan er gaten in de corridor surface. Bouw het maaiveld indien nodig eerst uit met extra meetdata of een grens (boundary), zodat de corridor over de hele lengte een target heeft om naar te rekenen. Een schone assembly, met subassemblies die netjes aan de juiste aanhechtpunten hangen, voorkomt bovendien dat losse onderdelen straks niet meegroeien.

Bouw eerst een assembly op met subassemblies uit de Tool Palettes.

De assembly is de dwarsdoorsnede die langs de as wordt herhaald. Maak hem zo:

  1. Ga naar het tabblad Home, paneel Create Design, en kies Assembly > Create Assembly.
  2. Geef de assembly een naam en een stijl en plaats de baseline (het invoegpunt) ergens in de tekening.
  3. Open de Tool Palettes (sneltoets Ctrl+3) en kies een subassembly, bijvoorbeeld een rijstrook als LaneOutsideSuper of BasicLane.
  4. Vul de eigenschappen in (breedte, dikte, dwarshelling) en klik op het aanhechtpunt van de assembly om de subassembly vast te maken.
  5. Voeg zo bermen (Shoulder), taluds (DaylightBasic of een Daylight-variant) en eventueel goten toe aan beide zijden.
Home > Create Design > Assembly > Create Assembly   (daarna: Tool Palettes > subassembly aanklikken > aanhechtpunt kiezen)

Geef elke subassembly een herkenbare naam. Dat is later belangrijk, want bij het instellen van targets verwijs je naar die namen. Het talud (daylight) is de subassembly die naar het maaiveld rekent; die heeft straks een surface-target nodig.

Maak de corridor via Home, Create Design, Corridor en vul het dialoogvenster in.

Met alle onderdelen klaar maak je de corridor:

  1. Ga naar het tabblad Home, paneel Create Design, en klik op Corridor.
  2. In het venster Create Corridor geef je een naam en een corridor style op.
  3. Kies bij Alignment de horizontale as, bij Profile het ontwerpprofiel en bij Assembly de dwarsdoorsnede.
  4. Selecteer bij Target Surface het bestaande maaiveld.
  5. Laat Set baseline and region parameters aangevinkt en klik op OK.
Home > Create Design > Corridor > (naam, style, alignment, profile, assembly, target surface) > OK

Selecteer je de alignment en het profile al voordat je op Corridor klikt, dan vult Civil 3D die velden vooraf in. Klik daarna op OK om door te gaan naar de baseline- en regionparameters. In Civil 3D 2025 en later is dit venster vernieuwd, maar de invoervelden (alignment, profile, assembly, surface) zijn hetzelfde gebleven.

De corridor verschijnt na deze stap als een object in het Prospector-paneel van de Toolspace, onder de tak Corridors. Van daaruit open je later altijd de eigenschappen, voeg je baselines toe of pas je regions aan. Een corridor kan meerdere baselines bevatten: zo modelleer je een kruising of een parallelweg binnen hetzelfde corridor-object. Voeg extra baselines toe met de knop Add Baseline in het parameterscherm en koppel aan elke baseline een eigen alignment en profile. Houd de naamgeving consistent, want bij complexe corridors met meerdere baselines en regions is een heldere structuur het verschil tussen een model dat je snel aanpast en een model waarin je verdwaalt.

Wijs het talud een target surface toe zodat de zijkanten netjes op het maaiveld aansluiten.

Na OK opent het venster Baseline and Region Parameters. Hier stel je de targets in: de externe geometrie waar bepaalde subassemblies naartoe rekenen. Het belangrijkste target is het maaiveld voor de daylight-subassembly.

  1. Klik in de kolom Targets op de knop met de drie puntjes bij de betreffende baseline of region.
  2. In het venster Target Mapping wijs je bij Surfaces het maaiveld toe aan de daylight-subassembly.
  3. Wil een rijstrook of berm zich verbreden naar een andere lijn, wijs dan bij Width or Offset Targets een alignment of feature line toe.
  4. Bevestig met OK.

Zonder een correct surface-target zweeft het talud of rekent het niet naar het maaiveld en klopt de grondbalans niet. Deze koppeling tussen ontwerp en bestaande situatie is de kern van corridor-modelleren, vergelijkbaar met hoe je in andere Autodesk-software eerst je uitgangsgegevens vastlegt, zoals bij het afleiden van een 2D-tekening van een 3D-model in Inventor.

De frequentie bepaalt om de hoeveel meter het dwarsprofiel wordt toegepast.

De frequency is de afstand waarmee Civil 3D de assembly langs de as herhaalt. Een kleinere frequentie geeft een gladder, nauwkeuriger model maar een zwaarder bestand. Je stelt hem in via de kolom Frequency in het parameterscherm, of achteraf via de corridor-eigenschappen.

InstellingEffectAanbevolen gebruik
Grote frequentie (bijv. 25 m)Lichter model, minder detailLange rechtstanden
Kleine frequentie (bijv. 5 m)Gladder, zwaarder modelBogen en overgangen
Op geometriepuntenExtra profielen op curve- en spiraalpuntenStandaard aanbeveling

In het venster Frequency to Apply Assemblies kies je aparte waarden voor rechtstanden (tangents), bogen (curves) en klotoiden (spirals), en of Civil 3D extra profielen plaatst op profielgeometriepunten. Zet die laatste optie aan, dan volgt het model verticale knikken netjes.

Met regions verdeel je de corridor in stukken die elk een eigen assembly of frequentie krijgen. Handig als de weg halverwege verbreedt of een andere opbouw krijgt. Je voegt een region toe met Add Region en geeft een start- en eindstation op, dat je intypt of op het scherm aanwijst.

Maak een corridor surface om volumes en hoogtelijnen uit het model te halen.

Het corridor-model zelf levert nog geen bruikbaar oppervlak voor grondberekeningen. Daarvoor maak je een corridor surface:

  1. Selecteer de corridor en kies in het lint Corridor Properties, tabblad Surfaces.
  2. Klik op Create a corridor surface om een nieuw oppervlak toe te voegen.
  3. Kies bij Data Type Links en bij Specify Code de code Top (voor het bovenoppervlak) of Datum (voor de onderkant van de constructie), en klik op het plusteken om de data toe te voegen.
  4. Ga naar het tabblad Boundaries, klik met de rechtermuisknop op het oppervlak en kies Add Automatically > Daylight om triangulatie buiten de corridor te voorkomen.
Corridor selecteren > Corridor Properties > Surfaces > Create a corridor surface > Links + Top > Add > Boundaries > Add Automatically > Daylight

Met een Top-oppervlak en een Datum-oppervlak kun je later het grondverzet berekenen tussen ontwerp en maaiveld. De boundary voorkomt dat het oppervlak wilde driehoeken buiten de weg vormt.

Uit een corridor haal je feature lines, grading en exportgegevens voor verdere uitwerking.

Een corridor is meer dan een visueel model. Je gebruikt de resultaten voor de volgende ontwerpstappen:

  • Feature lines extraheren: via Corridor > Launch Pad > Feature Lines from Corridor zet je codelijnen (bijvoorbeeld de kantlijn of de goot) om in zelfstandige feature lines voor grading of leidingontwerp.
  • Corridor surfaces exporteren: het Top-oppervlak koppel je aan een zelfstandige surface om hoogtelijnen en volumes te delen met andere disciplines.
  • Section views: met sample lines langs de as maak je dwarsprofielen (cross sections) voor de bestektekeningen.

Zo vormt de corridor de basis voor kwantiteiten, dwarsprofielen en detailuitwerking. Verander je later het ontwerp, dan werken deze afgeleide gegevens mee zolang de koppeling dynamisch blijft en je de corridor bijwerkt. Wil je het wegontwerp fotorealistisch presenteren, dan exporteer je het model naar visualisatiesoftware; de uitleg over het verminderen van Arnold-ruis in 3ds Max helpt om zo'n render schoon en snel op te leveren.

Een code set style bepaalt hoe punten, links en shapes van de corridor worden getoond.

De weergave van een corridor wordt geregeld door een code set style. Codes zijn labels die Civil 3D aan de onderdelen van een assembly geeft: point codes voor knikpunten, link codes voor de lijnen ertussen (zoals Top of Datum) en shape codes voor de vlakken (zoals asfalt of fundering).

Wil je materialen visueel onderscheiden of bepaalde lijnen benadrukken, dan pas je de code set style aan via Corridor Properties > Codes. Een goede code set style maakt het model leesbaar in dwarsprofielen en zorgt dat de juiste links in je corridor surface belanden. Werk je met terugkerende wegtypes, bewaar de code set style dan in je bedrijfstemplate.

Bouw de corridor opnieuw op na elke wijziging aan de onderliggende gegevens.

Een corridor is dynamisch: pas je de alignment, het profile of de assembly aan, dan moet het model opnieuw worden opgebouwd. Civil 3D markeert een verouderde corridor met een gele driehoek. Werk hem bij door met de rechtermuisknop op de corridor te klikken en Rebuild te kiezen, of zet Rebuild - Automatic aan zodat het model zichzelf ververst.

Bij grote corridors kost een automatische rebuild veel rekentijd. Zet Rebuild - Automatic dan uit tijdens het ontwerpen en werk het model handmatig bij op logische momenten. De officiele stappen staan in de Autodesk-documentatie over het maken van een corridor.

Loopt een corridor vast of ziet hij er verkeerd uit, controleer dan deze veelvoorkomende oorzaken:

  1. De assembly heeft geen surface-target: het talud zweeft of ontbreekt.
  2. De frequentie is te grof: bogen ogen hoekig, verklein de waarde voor curves.
  3. Een subassembly hangt niet aan het juiste aanhechtpunt: het profiel valt uiteen.
  4. Het profile of de alignment is gewijzigd zonder rebuild: het model is verouderd.

Los je deze punten in volgorde op, dan is de oorzaak van een misvormde corridor bijna altijd snel gevonden.

Werk je in een team aan hetzelfde project, dan gelden dezelfde afspraken als bij het opzetten van Revit worksharing met een centraal model: houd de brongegevens op een vaste locatie en werk gestructureerd, zodat een rebuild bij niemand op verouderde data draait.

Veelgestelde vragen

Je hebt minimaal een alignment, een profile en een assembly nodig, en meestal een maaiveldoppervlak als target. De alignment geeft het horizontale trace, het profile het hoogteverloop en de assembly de dwarsdoorsnede. Het maaiveld dient als target waar de taluds naartoe rekenen voor een correcte grondbalans.

De baseline is de as, de combinatie van alignment en profile, waarlangs de corridor wordt opgebouwd. Een region is een stuk van die baseline waaraan je een eigen assembly of frequentie koppelt. Zo geef je een verbreding of ander wegprofiel over een deeltraject een aparte opbouw.

Dan mist de daylight-subassembly een target surface. Open het venster Baseline and Region Parameters, klik in de kolom Targets en wijs bij Surfaces het maaiveld toe aan de daylight-subassembly. Zonder dat surface-target rekent het talud niet naar het bestaande terrein en klopt de aansluiting niet.

De frequentie stel je in via de kolom Frequency in het parameterscherm of via Corridor Properties. In het venster Frequency to Apply Assemblies kies je aparte afstanden voor rechtstanden, bogen en klotoiden en of Civil 3D extra profielen op geometriepunten plaatst. Kleinere waarden geven een gladder maar zwaarder model.

Ja, een corridor is dynamisch en moet na elke aanpassing aan alignment, profile of assembly opnieuw worden opgebouwd. Een verouderde corridor toont een gele driehoek. Klik met de rechtermuisknop op de corridor en kies Rebuild, of zet Rebuild - Automatic aan zodat het model zichzelf bijwerkt.

Gerelateerde artikelen

DK
Daan Kessels
CAD- & BIM-specialist

Daan werkt al meer dan tien jaar met AutoCAD, Revit en Civil 3D in de bouw- en installatiesector en helpt ontwerpers hun tekenwerk sneller en foutlozer te maken.

Zoek je een licentie voor deze software?
Bekijk de collectie van Liceon. Directe levering, originele licenties.
Bekijk de collectie