Hoe gebruik je het TRIM-commando in AutoCAD?
Het AutoCAD TRIM commando knipt objecten in tot een snijrand. Typ TR, wijs in Quick mode direct het weg te knippen deel aan, of schakel met TRIMEXTENDMODE 0 naar Standard mode om eerst zelf snijranden te kiezen. Houd Shift ingedrukt om tijdens het trimmen juist te verlengen.

Het TRIM-commando kort objecten in tot een snijrand, zodat lijnen precies op elkaar aansluiten.
Met het TRIM-commando verwijder je het deel van een lijn, boog, cirkel of polylijn dat voorbij een andere geometrie uitsteekt. De geometrie waar je tot aan knipt heet de snijrand (cutting edge). Trimmen hoort samen met EXTEND, dat objecten juist verlengt tot een rand, tot het meest gebruikte tekenwerk in AutoCAD.
Je start het commando door TRIM te typen en op Enter te drukken, of via de sneltoets TR. In het lint vind je de knop onder het tabblad Start, paneel Wijzigen (Home > Modify). Zodra het commando loopt, toont de opdrachtregel de huidige instellingen:
Command: TRIM
Current settings: Projection=UCS, Edge=None, Mode=Quick
Select object to trim or shift-select to extend or
[cuTting edges/Crossing/mOde/Project/eRase/Undo]:
De regel "Mode=Quick" vertelt je in welke modus je werkt. Dat is sinds AutoCAD 2021 belangrijk, want de standaardwerkwijze is toen veranderd.
Vrijwel elk gewoon object kan zowel snijrand als te trimmen object zijn: lijnen, bogen, cirkels, ellipsen, polylijnen, splines, stralen (rays), constructielijnen (xlines), tekst, regions en zelfs de rand van een arcering. Blokken en objecten in een externe referentie horen daar niet bij; die knip je alleen in hun eigen bronbestand.
In Quick mode fungeert alle geometrie als snijrand, in Standard mode kies je de snijranden eerst zelf.
AutoCAD kent twee trimmodi. Welke actief is, bepaalt de systeemvariabele TRIMEXTENDMODE. Sinds versie 2021 staat die standaard op Quick, wat sneller werkt maar zich anders gedraagt dan de oude methode die veel gebruikers gewend zijn. In Quick mode hoef je niet eerst randen aan te wijzen, wat scheelt bij snel opschonen; in Standard mode heb je meer grip omdat je bepaalt welke lijnen als begrenzing gelden. Beide modi bestaan naast elkaar en je wisselt er in seconden tussen.
| Eigenschap | Quick mode | Standard mode |
|---|---|---|
| Snijranden kiezen | Alle objecten tellen automatisch als snijrand | Je selecteert eerst de snijranden en drukt op Enter |
| Werkwijze | Klik direct het weg te knippen deel aan | Twee stappen: eerst randen, dan objecten |
| Selectie | Klikken, fence of lasso | Klikken, fence of crossing |
| TRIMEXTENDMODE | Waarde 1 of 3 (standaard) | Waarde 0 |
| Handig bij | Snel meerdere kruisingen wegwerken | Precisie in drukke tekeningen |
Wil je de oude, tweestaps werkwijze terug, zet dan TRIMEXTENDMODE op 0:
Command: TRIMEXTENDMODE
Enter new value for TRIMEXTENDMODE <3>: 0
Je kunt ook binnen het commando wisselen met de optie mOde (typ O), zonder de variabele permanent te veranderen.
Trimmen in Quick mode kost drie handelingen: start TRIM, wijs de weg te knippen delen aan en sluit af met Enter.
Voor de dagelijkse praktijk in Quick mode werkt dit stappenplan:
- Typ TR en druk op Enter om TRIM te starten.
- Beweeg de muis naar het lijnstuk dat je wilt verwijderen. Het deel tot aan de eerstvolgende kruising licht op.
- Klik om dat deel weg te knippen. Herhaal voor elk volgend stuk.
- Sleep desgewenst een fence (twee punten) of lasso over meerdere lijnen om ze in een keer bij te knippen.
- Druk op Enter, Spatie of Escape om het commando te beeindigen.
Wil je hetzelfde commando meteen opnieuw uitvoeren, druk dan na afsluiten op Enter of Spatie. AutoCAD herhaalt dan TRIM.
Een praktijkvoorbeeld: je maakt een deuropening in een wand van twee evenwijdige lijnen. Teken twee verticale lijntjes op de plek van de opening, start TRIM en klik in Quick mode de twee wandsegmenten tussen die lijntjes aan. AutoCAD knipt precies het stuk wand tussen de twee verticalen weg en de opening staat er. Dezelfde werkwijze gebruik je voor kozijnen, sparingen in leidingtekeningen en het uitknippen van kruisende assen in een raster.
Snijranden zelf kiezen doe je in Standard mode, waarbij je eerst de begrenzende objecten selecteert.
In een drukke tekening wil je soms tot een specifieke lijn knippen en de rest ongemoeid laten. Schakel dan naar Standard mode:
- Start TRIM en typ O voor mOde.
- Kies Standard.
- Selecteer de objecten die als snijrand mogen dienen en druk op Enter.
- Klik nu de delen aan die je tot die randen wilt inkorten.
Selecteer je bij stap 3 geen enkele snijrand maar druk je direct op Enter, dan gedraagt Standard mode zich alsnog als Quick mode en tellen alle objecten als rand. Dat is een handige tussenweg.
Standard mode is vooral prettig wanneer meerdere lijnen dicht bij elkaar liggen en je maar tot een ervan wilt knippen. Door precies die ene lijn als snijrand aan te wijzen, voorkom je dat AutoCAD tot een verkeerde kruising knipt. In symmetrische onderdelen, gevelrasters of installatietekeningen scheelt dat correctiewerk achteraf.
Met de optie Edge op Extend knip je ook tot een snijrand die het object niet fysiek raakt.
Soms wil je tot een lijn knippen die net te kort is en het object niet echt kruist. In Standard mode regelt de systeemvariabele EDGEMODE dit. Op 0 werkt AutoCAD alleen met echte kruisingen, op 1 verlengt het de snijrand denkbeeldig door tot hij het object snijdt.
Command: EDGEMODE
Enter new value for EDGEMODE <0>: 1
Binnen het commando bereik je hetzelfde via de optie Edge, waar je kiest tussen Extend en No extend. Zet je Edge weer op No extend als je klaar bent, anders knipt AutoCAD later tot randen die je op het scherm niet ziet en lijkt het alsof er geometrie verdwijnt zonder reden.
De opties Crossing, Fence en eRase geven je meer controle zonder het commando af te breken.
De opdrachtregel toont tijdens TRIM een reeks opties tussen rechte haken. De belangrijkste:
- Crossing (C): trek een rechthoekig kruisend selectievenster over meerdere objecten.
- Fence (twee lege punten of het slepen van een lijn): alles wat de lijn raakt, wordt bijgeknipt.
- eRase (R): verwijder losse objecten zonder TRIM te verlaten. Handig voor korte restjes die geen snijrand kruisen.
- Undo (U): maak de laatste knip ongedaan terwijl het commando actief blijft.
- Project (P): bepaalt hoe AutoCAD in 3D projecteert. Op UCS los je de meeste 3D-trimproblemen op.
Let op een eigenaardigheid van Quick mode: als je een object aanklikt dat nergens een andere lijn kruist, verdwijnt het volledig in plaats van dat er niets gebeurt. Zie je een object onbedoeld verdwijnen, gebruik dan meteen U om het terug te halen.
De optie U binnen het commando draait alleen de laatste knip terug. Ben je het commando al afgesloten en wil je een hele reeks trimacties ongedaan maken, gebruik dan het losse UNDO-commando (sneltoets Ctrl+Z). AutoCAD ziet elke voltooide TRIM-sessie als een stap, dus een paar keer Ctrl+Z brengt je terug naar de situatie voor het opknippen.
Houd Shift ingedrukt om tijdens TRIM te verlengen in plaats van te knippen.
TRIM en EXTEND zijn elkaars tegenpolen en AutoCAD combineert ze in een commando. Terwijl TRIM actief is, houd je Shift ingedrukt en klik je een lijn aan die net te kort is. AutoCAD verlengt die lijn dan tot de dichtstbijzijnde rand, alsof je EXTEND gebruikte.
Andersom werkt het net zo: start EXTEND (sneltoets EX) en houd Shift ingedrukt om te trimmen. Deze combinatie scheelt veel wisselen tussen commando's als je een reeks lijnen op maat brengt. Reageert AutoCAD hierbij traag of hapert het beeld, dan ligt dat vaak niet aan het commando maar aan het bestand; onze uitleg over waarom AutoCAD traag wordt of vastloopt helpt je dat op te sporen.
Voor twee lijnen die elkaar netjes in een hoek moeten ontmoeten, is er een sneller alternatief dan trimmen en verlengen apart doen. Start FILLET (sneltoets F), zet de straal op 0 en klik beide lijnen aan. AutoCAD knipt of verlengt ze allebei tot een scherpe hoek. Houd je bij FILLET Shift ingedrukt, dan forceer je een straal 0, ongeacht de ingestelde waarde.
Command: F
FILLET
Current settings: Mode = TRIM, Radius = 0.0000
Select first object or [Undo/Polyline/Radius/Trim/Multiple]:
De meeste trimproblemen komen door een vergrendelde laag, een niet-kruisende snijrand of een verkeerde projectie.
Werkt TRIM niet zoals verwacht, loop dan deze oorzaken langs:
- Object zit op een vergrendelde laag. AutoCAD knipt geen geometrie op een laag met een slotje. Ontgrendel de laag in het Lagenbeheer.
- De lijnen kruisen elkaar niet echt. Twee lijnen die visueel bijna raken maar elkaar niet snijden, kun je niet tot elkaar trimmen. Zoom in en controleer of ze werkelijk kruisen.
- Het object staat in een externe referentie (xref). Geometrie in een xref knip je niet met TRIM in het hoofdbestand; die bewerk je in het bronbestand.
- Verkeerde projectie in 3D. Staat Project op View of None terwijl je in 3D werkt, dan lijkt trimmen te mislukken. Zet Project op UCS.
- Het bestand is vervuild of te zwaar. Overtollige data vertraagt selecties. Ruim de tekening op met het PURGE-commando om je bestand te verkleinen voordat je grote trimbewerkingen doet.
- Je werkt in een layout. TRIM werkt zowel in de modelruimte als in een layout (paper space). Klik je binnen een viewport, dan trim je de modelgeometrie; klik je op de layout zelf, dan trim je de annotatie op het blad. Controleer dus in welke ruimte je actief bent.
Blijft het onduidelijk hoe een specifieke optie werkt, dan beschrijft de officiele documentatie van Autodesk over het TRIM-commando elke variant met voorbeelden. Wie de modi eenmaal onder de knie heeft, knipt een plattegrond in een fractie van de tijd bij.
Veelgestelde vragen
De sneltoets voor TRIM is TR gevolgd door Enter. Voor het tegenovergestelde commando EXTEND typ je EX. Binnen beide commando's houd je Shift ingedrukt om tijdelijk naar de andere bewerking te wisselen, zodat je niet steeds tussen commando's hoeft te schakelen.
Sinds AutoCAD 2021 staat TRIM standaard in Quick mode, waarin alle geometrie automatisch als snijrand telt. Je klikt direct het weg te knippen deel aan zonder eerst snijranden te selecteren. Zet TRIMEXTENDMODE op 0 om de vertrouwde tweestaps Standard mode terug te krijgen.
In Quick mode verwijdert AutoCAD een object volledig als je het aanklikt terwijl het nergens een andere lijn kruist. Er is dan geen snijrand om tot aan te knippen. Typ U om de actie ongedaan te maken terwijl het commando nog actief is.
TRIM weigert meestal omdat de lijn op een vergrendelde laag staat, in een externe referentie zit, of de twee lijnen elkaar niet echt kruisen. Ontgrendel de laag, bewerk xref-geometrie in het bronbestand en zoom in om te controleren of de lijnen werkelijk snijden.
Ja, tijdens TRIM sleep je een fence (twee punten) of een lasso over meerdere objecten, of je gebruikt de optie Crossing voor een rechthoekig selectievenster. Alles wat de selectielijn raakt en een snijrand kruist, wordt in een handeling bijgeknipt.
Gerelateerde artikelen
Daan werkt al meer dan tien jaar met AutoCAD, Revit en Civil 3D in de bouw- en installatiesector en helpt ontwerpers hun tekenwerk sneller en foutlozer te maken.