AutoCAD Xref niet gevonden: hoe herstel je het pad?
Is je AutoCAD Xref niet gevonden, dan kan AutoCAD het gekoppelde bestand niet op het opgeslagen pad vinden. Open het paneel Externe referenties met XREF, rechtsklik de referentie met status Niet gevonden en kies Nieuw pad selecteren, of vervang meerdere paden met Zoeken en vervangen. Herlaad daarna de referenties.

Een AutoCAD-xref die niet gevonden wordt, is een externe referentie die AutoCAD niet op het opgeslagen pad kan vinden.
Een externe referentie (xref) is een aparte DWG die je in je tekening laadt zonder de inhoud te kopieren. AutoCAD onthoudt alleen het pad naar dat bronbestand. Verplaats, hernoem of verwijder je dat bestand, of open je de tekening op een andere pc, dan kan AutoCAD het niet meer vinden. Bij het openen verschijnt de melding "References - Not Found Files" met de tekst dat een of meer gerefereerde bestanden niet gevonden of gelezen konden worden.
In het paneel Externe referenties krijgt zo'n referentie de status Niet gevonden (Not Found) of Onopgelost (Unresolved). De xref-inhoud verdwijnt uit beeld en op de plek ervan zie je vaak alleen nog de naam of een leeg kader. Het herstellen komt neer op AutoCAD opnieuw naar het juiste pad wijzen.
| Status | Betekenis |
|---|---|
| Loaded (Geladen) | Xref is gevonden en wordt getoond |
| Unloaded (Ontladen) | Bewust niet geladen, pad klopt nog |
| Not Found (Niet gevonden) | Bestand staat niet op het opgeslagen pad |
| Unresolved (Onopgelost) | Bestand ontbreekt of je hebt geen leestoegang |
| Unreferenced (Ongerefereerd) | Gehecht maar nergens meer zichtbaar gebruikt |
| Orphaned (Verweesd) | Genestelde xref waarvan de bovenliggende ontbreekt |
Een xref raakt kwijt doordat het bronbestand is verplaatst, hernoemd, verwijderd of onbereikbaar is geworden.
Voordat je herstelt, helpt het te weten hoe het pad brak. De meest voorkomende oorzaken:
- Het bronbestand is verplaatst naar een andere map, terwijl het opgeslagen pad naar de oude locatie blijft wijzen.
- Het bestand is hernoemd. AutoCAD zoekt op de exacte bestandsnaam; een enkele letter verschil is al genoeg.
- De schijfletter is veranderd. Een netwerkschijf die eerst als K: was gekoppeld en nu als M:, breekt elk absoluut pad.
- De netwerkverbinding ontbreekt. Sta je offline of is de server onbereikbaar, dan is de xref onopgelost tot de verbinding terug is.
- Een relatief pad brak bij Opslaan als. Sla je de hoofdtekening op een plek op zonder verbinding met de xref-map, dan klopt het relatieve pad niet meer.
Weet je welke oorzaak speelt, dan kies je gerichter tussen het pad opnieuw instellen, het bestand terugzetten of het padtype aanpassen.
Open het paneel Externe referenties met het commando XREF om de status van elke referentie te zien.
Alles begint bij het paneel Externe referenties. Je opent het zo:
- Typ XREF of de sneltoets XR en druk op Enter.
- Of gebruik het volledige commando EXTERNALREFERENCES.
- Of ga in het lint naar het tabblad Invoegen, paneel Referentie.
Command: XR
XREF
In de lijst zie je per referentie de status. Een xref met de status Niet gevonden of Onopgelost heeft meestal een waarschuwingsdriehoek. Klik erop om te zien welk pad AutoCAD probeert te gebruiken. Vaak zie je meteen wat er mis is, bijvoorbeeld een verwijzing naar een schijfletter of netwerkmap die op deze pc niet bestaat.
Herstel een verbroken pad met Nieuw pad selecteren voor een enkele xref of Zoeken en vervangen voor meerdere.
De kern van de oplossing is AutoCAD opnieuw naar het juiste bestand wijzen. Voor een losse xref:
- Rechtsklik in het paneel op de xref met de status Niet gevonden.
- Kies Nieuw pad selecteren (Select New Path).
- Blader naar het bestand op de juiste locatie en klik op Openen.
Staan meerdere xrefs in dezelfde verkeerde map, gebruik dan de optie Pad zoeken en vervangen (Find and Replace). Je vervangt daarmee in een keer het oude mapdeel door het nieuwe voor alle referenties met dat pad. Dat scheelt veel werk in tekeningen met tientallen gekoppelde bestanden.
Onderin het paneel toont het gedeelte Details twee velden die het probleem verraden: Opgeslagen pad (Saved Path) en Gevonden op (Found At). Wijkt Gevonden op af van Opgeslagen pad, of is het leeg, dan weet je precies waar AutoCAD wel en niet keek. Klik in het veld Opgeslagen pad om het handmatig aan te passen zonder het hele bestand opnieuw te selecteren. Zo corrigeer je bijvoorbeeld snel een verkeerde schijfletter.
Herlaad de referenties zodra het pad klopt, zodat AutoCAD de xref opnieuw inleest.
Nadat je het pad hebt hersteld of het bronbestand is teruggezet, herlaad je de xref. Rechtsklik in het paneel op de referentie en kies Herladen (Reload), of kies bovenaan Alle referenties herladen (Reload All References). AutoCAD leest de bestanden dan opnieuw in en de inhoud verschijnt weer.
Herladen is ook handig als een collega het bronbestand heeft gewijzigd terwijl jouw tekening openstond. Je haalt zo de nieuwste versie binnen zonder je eigen tekening te sluiten. Blijft de status na herladen op Niet gevonden staan, dan klopt het pad nog steeds niet of heb je geen leesrechten op de map.
Moet de xref-inhoud definitief in de tekening blijven, ook zonder het bronbestand, dan kun je de referentie binden met Binden (Bind). AutoCAD kopieert dan de volledige inhoud de tekening in, waarna er geen los bestand meer nodig is. Doe dit alleen bewust, bijvoorbeeld bij het archiveren of definitief opleveren, want gebonden xrefs vergroten het bestand en breken de koppeling met toekomstige wijzigingen in het bronbestand.
Kies bewust tussen een relatief en een absoluut pad, want het verkeerde type breekt bij verplaatsen.
AutoCAD bewaart het pad naar een xref op een van drie manieren, geregeld door de systeemvariabele REFPATHTYPE:
| REFPATHTYPE | Padtype | Gedrag |
|---|---|---|
| 0 | Geen pad | Alleen de bestandsnaam; xref moet naast de tekening staan |
| 1 | Relatief (standaard) | Pad ten opzichte van de hoofdtekening |
| 2 | Volledig (absoluut) | Volledig pad inclusief schijfletter |
Een relatief pad blijft werken als je de hele mapstructuur samen verplaatst, bijvoorbeeld een projectmap naar een andere schijf. Een absoluut pad breekt dan, omdat het naar een vaste locatie blijft wijzen. Andersom breekt een relatief pad als je de hoofdtekening opslaat op een plek zonder verbinding met de xref-map, of als de xref op een heel andere schijf staat.
Wijzig het padtype door in het paneel op de xref te rechtsklikken en Padtype wijzigen (Change Path Type) te kiezen. Werk je binnen een vaste projectmap, houd dan relatieve paden aan. Verwijst je naar een centrale bibliotheek op een netwerkschijf, dan is een absoluut pad juist stabieler.
Een voorbeeld maakt het verschil concreet. Stel dat je hoofdtekening in de map Project\Tekeningen staat en de xref in Project\Referenties. Een relatief pad noteert dat als ..\Referenties\onderlegger.dwg. Verplaats je de hele map Project naar een andere schijf, dan blijft dat relatieve pad kloppen. Had je een absoluut pad zoals K:\Project\Referenties\onderlegger.dwg, dan breekt het zodra de schijf K: niet meer bestaat. Voor bestanden die je binnen een project bij elkaar houdt, is relatief daarom bijna altijd de veiligere keuze.
Voeg de xref-map toe aan het ondersteuningszoekpad als je het padtype niet wilt aanpassen.
Wil je de opgeslagen paden ongemoeid laten, dan kun je AutoCAD een extra map laten doorzoeken. Voeg de map met je xrefs toe aan het ondersteuningszoekpad:
- Typ OPTIONS (of OP) en open het tabblad Bestanden.
- Vouw Zoekpad voor ondersteuningsbestanden open.
- Klik op Toevoegen en blader naar de map met je referentiebestanden.
- Bevestig met OK en herlaad de xrefs.
AutoCAD zoekt dan ook in die map naar bestanden met zowel een relatief als een absoluut pad. Deze aanpak verandert de opgeslagen paddefinitie niet, wat handig is als je de tekening later terugstuurt naar iemand met een andere mapindeling.
Voor grotere projecten bestaat er een verfijndere variant: projectzoekpaden via de systeemvariabele PROJECTNAME. Je koppelt daarmee een projectnaam aan een of meer zoekmappen, zodat AutoCAD ontbrekende xrefs eerst in die projectmappen zoekt. Dat is vooral nuttig als meerdere mensen met dezelfde tekeningenset werken maar hun bestanden op verschillende plekken bewaren.
Los een verweesde xref op door eerst de bovenliggende referentie te herstellen.
Xrefs kunnen genesteld zijn: een xref bevat zelf weer een xref. Ontbreekt de bovenliggende (parent) referentie, dan krijgt de onderliggende de status Verweesd (Orphaned). Die los je niet los op; herstel eerst het pad van de parent, herlaad die, en de genestelde referentie volgt vanzelf.
Een xref die niet meer wordt gebruikt maar nog wel gehecht is, krijgt de status Ongerefereerd. Wil je die definitief verwijderen, kies dan Ontkoppelen (Detach) in plaats van Ontladen. Ontkoppelen haalt de referentie volledig uit de tekening, terwijl Ontladen hem alleen tijdelijk verbergt. Een tekening met veel losse of ontbrekende referenties opent bovendien trager; zie ook onze uitleg over waarom AutoCAD traag wordt of vastloopt.
Voorkom ontbrekende xrefs door met eTransmit te versturen en een vaste mapstructuur aan te houden.
De meeste xref-problemen ontstaan bij het delen van tekeningen. Wie alleen de hoofdtekening mailt, stuurt de gekoppelde bestanden niet mee. Gebruik daarom eTransmit (commando ETRANSMIT):
- ETRANSMIT verzamelt de tekening met al haar xrefs, afbeeldingen en lettertypes in een pakket.
- De ontvanger opent het geheel met kloppende, relatieve paden.
- Je voorkomt zo dat er referenties ontbreken op de andere pc.
Spreek in een team ook een vaste schijfletter af voor de gedeelde projectmap. Koppelt de een de netwerkschijf als K: en de ander als M:, dan breken absolute paden telkens opnieuw. Een consistente koppeling voorkomt dat elke ontvanger de xrefs handmatig moet herstellen.
Houd daarnaast binnen een project een vaste mapstructuur aan en werk met relatieve paden, zodat de hele map in een keer verplaatsbaar is. De Autodesk-handleiding over ontbrekende of onopgeloste xrefs beschrijft de stappen per situatie. Werk je in AutoCAD LT, dan gelden dezelfde xref-mogelijkheden als in de volledige versie; de verschillen tussen beide lees je in ons overzicht van AutoCAD LT tegenover AutoCAD. Zodra alle referenties weer kloppen, kun je de complete tekening probleemloos delen of een DWG naar PDF exporteren zonder ontbrekende onderdelen.
Veelgestelde vragen
De melding Not Found Files betekent dat AutoCAD een of meer externe referenties niet op het opgeslagen pad kan vinden. Het bronbestand is verplaatst, hernoemd of verwijderd, of je opent de tekening op een andere pc. Herstel het pad in het paneel Externe referenties en herlaad de xrefs.
Bij Not Found staat het bestand niet op het opgeslagen pad, meestal doordat het is verplaatst of hernoemd. Bij Unresolved kan AutoCAD het bestand helemaal niet laden, bijvoorbeeld omdat het ontbreekt of je geen leesrechten op de map hebt. In beide gevallen herstel je eerst het pad.
Gebruik relatieve paden als je xrefs binnen een vaste projectmap staan, want dan blijft alles werken bij het verplaatsen van de hele map. Kies een absoluut pad voor een centrale bibliotheek op een netwerkschijf. Je stelt het standaardtype in met de systeemvariabele REFPATHTYPE.
Verstuur tekeningen met eTransmit in plaats van alleen de hoofd-DWG te mailen. Het commando ETRANSMIT verzamelt de tekening met al haar xrefs, afbeeldingen en lettertypes in een pakket met kloppende relatieve paden, zodat de ontvanger geen ontbrekende referenties krijgt.
Blijft de status Niet gevonden na het herstellen, dan wijst het pad nog steeds naar de verkeerde locatie of heb je geen leesrechten op de map. Controleer de exacte bestandsnaam, of het bestand echt bestaat, en of je toegang hebt tot de netwerkschijf. Herlaad daarna opnieuw.
Gerelateerde artikelen
Daan werkt al meer dan tien jaar met AutoCAD, Revit en Civil 3D in de bouw- en installatiesector en helpt ontwerpers hun tekenwerk sneller en foutlozer te maken.